< Terug

Tips van de Vlaamse Compostorganisatie vzw Vlaco

Meer genieten in uw prachtige tuin!  ‘Plant uw tuin vol vrije tijd’

9 tips voor een onderhoudsarme tuin:

Houdt u van een tuin met een eigen karakter en wat kleur in de borders? Vreest u echter het werk dat mooie borders met zich meebrengen: planten opbinden, jaarlijks zaaien, uitplanten, scheuren …?
Geen nood. Wanneer u een evenwicht vindt tussen plantkeuze, standplaats en uw eigen behoefte en smaak, dan verkrijgt u een onderhoudsarme beplanting die u jaren laat genieten van uw tuin. Met de 9 tips uit dit boekje kunt u meteen aan de slag. Planten kiezen, de voorbereiding en het onderhoud van een aanplant vormen voortaan geen geheimen meer voor u.

Meer informatie bij de tips en over vaste planten vindt u op www.junicompostmaand.be

Tip 1: Ga voor bodembedekkers
Bodembedekkers zijn vaste planten die laag over de bodem groeien en hem na enige tijd volledig bedekken. Ze vragen minder onderhoud en leveren ook minder tuinresten op dan een gazon. Delen van de tuin waar u niet over loopt maar die u toch open wenst te houden, kunt u eenvoudigweg omvormen tot vlakken met mooie bodembedekkers.

Tip 2: Kies vaste planten in functie van de standplaats
Vaste planten bestaan in vele hoogtes, bladvormen, bloeitijden en kleuren. U kunt ze eindeloos combineren naar eigen smaak. 
Kies voor soorten die passen bij het type (zand, leem, klei) en bij de vochtigheid van de bodem en die het goed doen op dat specifieke plekje (zon, halfschaduw, schaduw) in uw tuin.

Tip 3: Respecteer de groeikracht
Vaste planten hebben bij aankoop vaak amper loof. De plantenkweker biedt immers vooral een gezonde wortel aan met enkele krachtige groeipunten. In het voorjaar verschijnen  de frisse bladeren en bloemstengels die soms uitbundig kunnen groeien..
Laat u niet verrassen door de afmetingen die de plant soms pas na een paar jaar aanneemt. Lees daarom de informatie op het plantenlabel of ga te rade bij uw plaatselijk tuincentrum, in een boek of op internet. Leer inschatten hoe groot de plant mag worden die u op een bepaalde plek wilt zetten en respecteer de opgegeven plantafstand.

Tip 4: Verbeter de bodem met compost
Ook voor vaste planten is de bodem de ‘grond’ van de zaak. Verlies daarom de bodemvoorbereiding niet uit het oog en gebruik compost. Maak de grond een spade diep los en verwijder wortelonkruiden.
Compost verbetert de structuur van de bodem, stimuleert het bodemleven en houdt als een spons het vocht vast. Een dosis compost van 20 liter/m² (= 2 cm) inwerken, is prima als startbemesting.

Een overzicht van compostproducenten vindt u op www.vlaco.be

Tip 5: Plant met succes
Aanplanten doet u best tussen september en april behalve bij vorst of op al te natte grond.
Laat de potjes voor het planten gedurende tien minuten water opnemen.
Is de grond erg droog, vul de plantputjes dan een tweetal keer met water. 
De plantdiepte is gelijk aan deze van de pot. De bovenkant van de kluit komt dus gelijk met het bodemoppervlak.
Druk de grond goed aan met de hand en geef in het begin voldoende water.

Tip 6: Geef onkruid geen kans
Onkruid neemt spontaan de vrije ruimte tussen een jonge aanplant van bodembedekkers en andere vaste planten in.
Met enkele eenvoudige maatregelen kunt u dit voorkomen.
Verwijder bij het voorbereiden van de bodem systematisch de onkruidwortels.
Breng na aanplant een bodembedekking aan van houtsnippers, herfstbladeren of een dun laagje gazonmaaisel (max. 3 cm) om het kiemen van de onkruidenzaden af te remmen.
Verwijder tijdig de onkruidplantjes die zich toch nog ontwikkelen.
Naarmate de vaste planten verder uitgroeien, belemmeren hun bladeren de onkruidgroei en moet u nog slechts een paar keer per jaar controleren.

Tip 7: Laat afgestorven bladeren ter plaatse liggen ...
De bladeren en andere resten die de vaste planten doorheen het jaar op de grond laten vallen, hoeft u niet (meteen) op te ruimen. U kunt ze gewoon laten waar ze zijn. In de zomer remmen ze het uitdrogen van de bodem en de ontwikkeling van onkruid. ‘s Winters  beschermen ze de planten(wortels) tegen vorst, ijzige wind en striemende regen. Wanneer ze tenslotte volledig verteerd zijn, geven ze hun voedsel terug aan de plant.

Tip8:… en laat dorre stengels rustig staan.
Verander uw tuin in de herfst niet in een kale vlakte maar laat de afstervende, bovengrondse vaste plantendelen gewoon staan. Nuttige insecten maken van de holle stengels graag gebruik als schuil- of nestplaats.  Vogels pikken er de zaden, bessen en… insecten uit. En wat is er in de winter mooier dan een witberijmde plantenstengel?

Tip 9: Composteer!
Breng de onverteerde bladeren en de stengels die u toch verwijdert, via compostvat of -bak terug in de kringloop.  Zacht bladmoes, maar ook keukenresten en grasmaaisel, verteren het snelst als u het vermengt met ‘bruin’ structuurmateriaal. Droge (versnipperde) plantenstengels, stevige bladstelen en dorre bladeren zijn daarvoor prima geschikt. Hoe diverser uw tuin en hoe meer verschillende tuinresten u combineert, des te beter composteerbaar uw mix van tuinresten zal zijn, en des te evenwichtiger uw compost. 

Meer nuttige tips en handige informatie op:
www.junicompostmaand.be.

Auteur: 
vzw Vlaco
Description auteur: 

< Terug