De wintersnoei van vruchtbomen in november

De wintersnoei van vruchtbomen in november

Wanneer de vruchtbomen hun bladeren hebben laten vallen en de kroon goed bekeken kan worden, kan met de snoei van oudere bomen beginnen. Vooral de verjongingssnoei van oude appel- en perebomen. Daar nog geen reservestoffen verbruikt zijn en er nog meer opgeslagen worden, waarbij de ontwikkeling van de knoppen verder gaat, stimuleert de snoei laat in de herfst de boom tot een sterke verjonging.

De vergrijzing is al begonnen, wanneer een min of meer sterkgroeiende boom geen 20-30 cm lange zijscheuten meer voortbrengt. In de loop van de volgende jaren komt het tot een verkommeren en afsterven van knoppen en scheuten en ten slotte tot het kaal worden van de onderst takken, het geen van binnen naar buiten verder gaat. Vaak ziet men vruchtbomen, waarvan de hoofdtakken over een lengte van 1-2 m of nog langer volkomen kaal en daarom zeer verouderd zijn.

Gelijktijdig neemt de kwaliteit van de vruchten af. Vruchten, die in het onderste en middelste deel van de kroon nog gezet zijn, blijven tengevolge van gebrek aan licht en niet voldoende bladontwikkeling klein, met weinig kleur en een minderwaardige smaak. De beste vruchten bevinden zich bovenin de boom, zijn bij hoge bomen vaak onbereikbaar en alleen als valfruit te oogsten. De opbrengst wordt steeds onregelmatiger, zodat op een overdadig jaar vaak één of twee onvruchtbare jaren volgen.

Een verjongingskuur is mogelijk, mits de vergrijzing nog niet te ver is. Te oude bomen, waarvan de stam en takken half vergaan zijn, zijn de moeite van het verjongen niet meer waard. Dit geldt tevens voor bomen met bast- of houtziektes. In dit geval is rooien de beste oplossing.
Onder verjonging verstaat men een sterk terugsnoeien van de kroon, vooral in de bovenste en buitenste delen. Bij een beginnende vergrijzing moet de kroon met een derde, als de takken over een lengte van 1 m kaal zijn, tot de helft verkleind worden. Vooral niet te lang wachten met het terugsnoeien.